Home   Contacteer ons via e-mail      
   Bestel de Kortrijkse Rekentest     

 

 

Kortrijkse Rekentest Revisie 2006 (KRT-R 2006)

Op deze pagina vindt u meer informatie over onze 'Kortrijkse Rekentest'. Uiteraard kunt u deze test bestellen via deze website. Vul daarvoor het bestelformulier in en druk op verzenden. De betaling gebeurt via overschrijving.

bekijk onze folder over de Rekentest

Deze vernieuwde test werd gerealiseerd door het KRT-R team van het Revalidatiecentrum Overleie o.l.v. Prof. Dr. A. Desoete en in samenwerking met Arteveldehogeschool.

Wat is de KRT-R 2006?
Het is een reeks niveautests die een aantal rekenvaardigheden (hoofdrekenen en getallenkennis) nagaat bij kinderen vanaf midden eerste leerjaar tot en met eind zesde leerjaar.

De KRT-R bevat enkele wijzigingen (door een vernieuwd leerplan en de invoering van de euro), een volledige nieuwe normering en een uitbreiding naar diagnose en therapieplan.

De KRT-R 2006 bestaat uit 7 tests:

Eerste leerjaar M1  
Eerste leerjaar   E1
Tweede leerjaar M2 E2
Derde leerjaar M3 E3
Vierde leerjaar M4 E4
Vijfde leerjaar M5 E5
Zesde leerjaar M6 E6

Cognitieve deeltaken

Om een degelijke foutenanalyse te kunnen opstellen werden alle items van de KRT-R 1 tot en met de KRT-T 6 ingedeeld volgens de Cognitieve Deelhandelingen van het rekenen (Desoete & Roeyers, 2002). Op die manier hopen we kinderen met rekenproblemen, rekenstoornissen/dyscalculie beter te kunnen diagnosticeren en hopen we een meerwaarde te bieden ten aanzien van de traditionele diagnostiek. Zo krijgen we een handelingsgerichte analyse, die de basis vormt voor een afgestemde interventie.

soort operationalisatie van de deelhandeling
L lees 9, 12, enz...
S lees +, -, enz...
K situeer 9 en 12 op de getallenlijn
P 12 - 9 = ? (antwoord: 17)
G tafel van 9 kennen
T 9 knikkers minder dan 12 is? (antwoord: ?) 9 keer 12 is? (antwoord: 19)
V 12 is 9 knikkers minder dan? (antwoord: 3)
C Jill heeft 9 euro minder dan Marie. Marie heeft 12 euro.
Hoeveel euro heeft Jill (antwoord: ?)

Sommige kinderen hebben moeite met het interpreteren van cijfers en getalwoorden (L-vaardigheden) zoals het lezen van getallen als 9 en 12 of met het interpreteren van operatiesymbolen (S-vaardigheden) zoals het begrijpen van de betekenis van + en <. Daarnaast hebben kinderen met rekenstoornissen onvoldoende inzicht in de getalstructuur en de getallenlijn (K-vaardigheden). Ze weten niet dat 9 kleiner is dan 12. Andere kinderen maken dan weer voornamelijk procedurele rekenfouten (P-vaardigheden) en antwoorden 17 op ’12 – 9 = ‘. omdat ze de eenheden omkeren in plaats van te ontlenen. Sommige kinderen hebben ook meer tijd nodig omdat ze basisrekenfeiten (zoals splitsingen en tafels) niet uit het hoofd kennen (G-taken).

Nog andere kinderen vallen uit op het vlak van rekentaal (T-vaardigheden) en weten niet dat 3 keer 3 geen 6 is omdat ze de betekenis van ‘keer’ niet vatten. De meeste kinderen met rekenstoornissen vallen echter uit als ze een adequate mentale representatie van een probleem moeten vormen (V-vaardigheden), zoals bij ’12 is 9 minder dan ‘, waar ze 3 antwoorden vanuit een oppervlakkig vertalen van minder in aftrekken. Er zijn ook kinderen met problemen op het vlak van werkgeheugen (of cognitive load) en het omgaan met complexere taken (C-vaardigheden).
Het belang van een analyse in cognitieve deelvaardigheden blijkt bijvoorbeeld uit de vrij positieve prognose bij kinderen die geïsoleerd uitvallen op P-vaardigheden, terwijl C-problemen ten gevolge van een deficit op het vlak van werkgeheugen vaak blijvend en therapieresistent zijn (Noel, 2000). Voor meer informatie verwijzen we naar Desoete, Roeyers, Buysse & De Clercq (2002).

Uiteraard moeten we voorzichtig zijn met de deelscores, omdat het soms gaat om een normering op een beperkt aantal items. Bovendien gaat het bij het oplossen van een taak om een combinatie van handelingen. De score dient dus gebruikt te worden als werkhypothese en moet uiteraard steeds met ander materiaal en uit het anamnesegesprek bevestigd worden.

Constructie

Om zoveel mogelijk de representativiteit van de test te verzekeren hebben we een aantal scholen gecontacteerd die variëren qua aantal leerlingen, urbanisatiegraad en net (vrije, gemeentelijke en gemeenschapsscholen). De tests van de verschillende leerjaren (eerste tot en met zesde) zijn geconstrueerd op basis van de leerplannen van het vrije- en het gemeenschapsnet.

De KRT-R steunt op de KRT van 1995 die op zich heel sterk psychometrisch onderbouwd werd. Op deze onderbouw werd verder gewerkt voor de KRT-R. Het vooronderzoek met de twee nieuwe tests van het eerste leerjaar vond plaats in 2003. Om een voldoende spreiding in moeilijkheidsgraad te verzekeren werd bij het kiezen van items de volgende leidraad gebruikt:
± 10% items uit de leerstof van het volgende leerjaar
± 20% items uit de leerstof van het vorige leerjaar
± 70% items uit de leerstof van het betreffende leerjaar.
Op basis van onze ervaringen werden een aantal aanpassingen gemaakt aan de KRT-R zoals het verduidelijken van de vraagstelling en het aanpassen van de vormgeving.

Normgroep en normering

De oorspronkelijke normering van de KRT vond plaats in 1993 op ruim 3000 kinderen. De actualisering van de normering vond plaats eind januari en eind mei 2005 op ruim 1000 kinderen voor het tweede tot en met het zesde leerjaar. Voor het eerste leerjaar waren er meer dan 600 kinderen. Het ging over een evenredige verdeling jongens/meisjes.

Betrouwbaarheid

We stellen vast dat acht van de twaalf tests een Cronbach’s alpha score behalen van meer dan 0.90. Dit wijst op een zeer goede betrouwbaarheid van de test. De overige vier coëfficiënten variëren tussen 0.80 en 0.90 wat wijst op een voldoende en goede betrouwbaarheid.

De Test-hertest betrouwbaarheid varieert van 0.78 (zesde leerjaar) tot 0.85 (vierde leerjaar) voor de totale uitslag. Dat wijst op een goede psychometrische waarde van de KRT-R.

Validiteit

Om de validiteit van de test te onderzoeken werd aan de leerkracht gevraagd om per kind een vragenlijst in te vullen waarin de volgende gegevens aan bod kwamen: de geboortedatum van het kind, een schatting ( op een zevenpuntenschaal) van de intelligentie, de concentratie en de inzet van het kind, de rekenvaardigheid, de taalvaardigheid en de resultaten op de laatste belangrijke toets voor rekenen en taal. De correlatie tussen het oordeel van de leerkracht en de scores op de KRT -R M1 tot KRT -R E6 situeren zich tussen de 0.64 en de 0.66, wat wijst op een hoge validiteit volgens Coetsier en Spoelders - Claes (1978). We kunnen dus stellen dat de KRT -R een hoge concurrente validiteit bezit.

De samenstelling en prijzen vindt u terug op ons bestelformulier. Klik hier

 

bekijk onze folder over de Rekentest

 

 
Revalidatiecentrum Overleie vzw - Overleiestraat 57 - 8500 Kortrijk - Tel.: 056 35 18 52       
Created By Inside Parts